Alle Media
Startpagina
Zoek
Print
Aanmelden
Voeg bladwijzer toe
Treffers 1 tm 25 van 140 Klikplaatjes-overzicht
| Klikplaatje | Beschrijving | Verbonden met | |
| 1 | LvO 1755 113v [transcriptie H. Luijten, 7 februari 2006] [RAL-LvO 1755, 113v] Op huijden den 2 maij 1651 judicialiter comparerende in eijgene persoonen Jan Hamers in sijnen alingen estoel sittende met Eurm Huntgens sijne wettighe huijsvrouwe ende heeft vuijt cracht van erffcoop opgedraegen ende getransporteert overmits ons onderss. schepenen der heerlicheijt Nutt seecker bemtgen groot sesendetachentich cleen roijen gelegen in de mulenbempden regenoot ter eenre Jan Hamers voorss. ende ter andere sijden rontsomme der voors. moelenweijden ende bembden, wesende loos ende vrij ende dit tot oirbaer |
Bron: Landen van OverMaaze 1755 113v 114r
| |
| 2 | LvO 1755 100v [RAL-LvO 100v] door d'afflijvicheijt van wijlen Peetgen Rentgens sijns comparant moije ende dit tot oirbaer en in behoeff van Servaes Huntgens Meijken Hamers sijner huijsvrouwe ende hunner beijder erfgenaemen, die welcke Vaes Huntgens daerinne is gegicht ende gegoijt naer onser bancken recht ende costuijme salvo jure cuiuslibet ende verclaeren partijen cooper ende vercooper dit voors. deel vercocht te sijn om ende voor eene somme van hondert ende vijfftich guldens maestrichter cours, die welcke cooppenninghen den voors. vercooper bekent van den cooper ontfangen te hebben, godtshaller 3 st. lijcoop naer lants gebruijck voorts caverende die voors. vercooper altijt te staen voor eene goede gichte actum ut supra sonder arch of list |
Bron: Landen van OverMaaze 1755 100r 100v
Bron: Landen van OverMaaze 1755 100r 100v | |
| 3 | LvO 1763 180r dijenvolgens denselven in de aengecogde erve gegicht, gegoijt ende gerealiseert en is alsoo naer desen bancken recht in hoede van rechten gekeert jure autem cujuslibet salvo actum ut supra, onderstondt, quod attestamur, waeren geteckent/ J. Gorissen P. Cremers JH Ackermans JW Frissen secr. |
Bron: Landen van OverMaaze 1763 179r 179v 180r
| |
| 4 | Lvo 1763 179v voor jeder cleene roede ad vier gulden bbnts maestr. cours godtsheller vijf stuijver lijcoop is bedongen voor acht gulden, van alwelcke coopenningen met alle ancleven dijer den vercooper in ons getuijgen presentie bekent ten vollen vergeneugt en voldaen te sijn, spreeckt oversulx voor goede gichte en overdracht als mede voors. vercogt stuck ackerlant te wesen los en vrij van alle grontlasten voorbehouden schat en thiende, caverende den vercooper voor alle andere ongenoemde lasten onder obligatie als naer rechten met consent in de realisatie deses voor rechter competent en met constitutie op alle thoonders om daer bij te doen deb eede noopende de doode handen gerequireert bij haere majesteijts placaerte van den 13 7bris 1753 in oirconde hebben parthijen dese beneffens ons getuijgen eijgenhandig geteeckent binnen Nuth dato quo supra /was gehandtmerckt ende geteeckent/ dit is X de merck van Servaes Vroemen verclaerende van niet te konnen schrijven Gabriel Beckers F. Frissen als getuijge JW Frissen testis Paulus Leunissen getuig ---- Op heden den 22 octobris 1787 compareerde voor ons schepenen en secretaris in judicio ord. der heerlijckheijt van Nuth Gabriel Beckers nederleggende in rem propriam de voorenstaende acte van coop en vercoop ten eijde van realisatie en naerdat den comparant den gerequireerden eede nopende de doode handen uijtgeswooren hadde, hebben wij desselfs versoeck aengenomen en |
Bron: Landen van OverMaaze 1763 179r 179v 180r
| |
| 5 | [LvO 1763 179r] Op heden den 20 Octobris 1787 compareerde voor ons onderges. getuijgen Servatius Vroomen in houwelijk met Maria Ida Pierons woonende tot Oensel onder de Bancke Beck dewelcken comparant cragte deses verclaerde vercogt te hebben een stuck ackerlant gelegen in De Witte Hegge onder dese Heerlijckheidt Nuth reijngenoten ter beijder zijden Gabriel Beckers een hooft Joannes Diederen het andere voorhooft Martinus a Campo groot 52 cleene roeden en sulx aen en ten behoeve van voors. Gabriel Beckers weduwenaar van wijlen Maria Catharina Deumens alhier present en voors. stuk achterlant in coop accepterende sulx om en |
Bron: Landen van OverMaaze 1763 179r 179v 180r
| |
| 6 | [LvO 1756 198v] gelegen op den Geijsbergh, reijg. ter eenre Jan Wusten- raedt, ter andere Jan Schellarts, een hoofy het Coninx landt, het ander hooft den voetpat, item noch een stuck landtas aen den hoevel gelegen groot eenen morgen ende seventich cleen roeden, reijgenoten eene langhe sijde Thijs Hautvast, den andere sijde den Sittarder wech voor een hooft den voors. Thijs Hautvast, het ander hooft den hoevel oft wijewech, item noch een stuck gelegen in den aerdtgrubbe groot anderhalven morgen, reijg. aen een sijde Jan Cremers, ter andere juff. Schaesbergh, het een hooft deselve juff. het andere het Driesken, item noch een stuck gelegen in de withegge groot drij morgen en achten- dertich cleen roeden reijg. eene lange sijde Jacob Meijs d'ander d'hr a Blisia en Jan Cremers, een hooft Willem Hautvast het ander hooft Thijs Hautvast ende noch een stuck opt thiendevrij gelegen groot twee morgen en sevenennegentich cleen roeden reijg. den Beeckerwech, d'andere sijde Willem Janssen een hooft Geurt Goossens het ander den oversten wijewech maeckende samen twee buijnders seven- thien groot ende vijfthien cleijn roede alles onder de heerl. Nutth en Printhagens leen gelegen ende bij hem comp. nu onlangs ingecocht van de momboirs der weesen van wijlen sr. Peter Slangen tot welcken incoop dese penningen mede gedient hebben ende geemploijeert sijn, en obligeert noch seecker sijn huijs en hof groot een half bounder tot Grijsegrubben onder Nutth voors. gelegen ende voorders generalijcken sijnen persoon ende goederen alle sijne andere soo meubele als immeubele presente ende toecomende goederen ten allen plaetse gelegen ende vindtbaar geene uijtgesondert om hieraen alle fauten en wanbetaelingen soo voor capital als interessen te meugen erhaelen naer der plaetse |
Bron: Landen van OverMaaze 1756 198r 198v 199r 199v
| |
| 7 | [LvO 1756 199r] ende bancken recht ende tot meerdere verseeckeringe soo van het voors. capital als de eventuele interessen van dijen soo is alhier mede gecompareert sr Cornelis Verborch borger en grutter deser stadt den welcken hem saer voorgestelt heeft als borge ende proncipale debiteur ende heeft daervoor mede verobligeert sijnen persoon en alle sijne soo roerende als onroerende presente ende toecomende goederen om daeraen insgelijcken alle fauten en wanbetaelingen soo van capital als interessen ten keuse ende optie der rentcreditrice te connen erhaelen naer plaetse ende bancken recht, ten welcken eijnde hij tweede comp. geruntieert heeft op de beneficien ordinis et excussionis naer voorgaende [certioratie?] vande effecte van dijen, des belooft hij eersten comp. sijnen voorn. cautionaris ten allen tijden cost en schadeloes te sullen indemniseren alles onder obligatie en verbant resp. als naer rechten ende om hetgene voors. is te laten vernieuwen ende realiseren voor alle heeren ende hoven daer noodich soo hebben parthijen comparanten hiertoe allen thoonderen deser acte in solidum geconstitueert Aldus gepasseert en bij parthijen resp. gestipuleert binnen Maestricht op dach ende dato als boven ter presentie van d'eerw. heere Matthias Wijnants canonick der collegiale kercke van St. Servaes ende Joes de Lahaije beijde als getuijgen hier toe versocht die de minute deses neffens de resp, comparanten met mij notaris hebben onderteeckent Ende onderstont quod attestor ende was geteeckent Joh. Wijn. delahaije not.pub. 1706 Volght de realisatie Op heden den 6 7ber 1706 voor ons Matthijs Hautvast Lenert Limpens |
Bron: Landen van OverMaaze 1756 198r 198v 199r 199v
| |
| 8 | [LvO 1756 199v] en W. Canisius resp. schepenen en secretaris der heerl. Nutth compareerde Servaes Vroemen neder- leggende dese bovenstaende acte gepasseert voor den notaris Delahaije ten behoeve van de eerb. Gertruijt Gielen ende tot sijns comparants laste versocht hetselve acte achtervolgens clausulen daerinne geinsereert te hebben geapprobeert vernieuwt gerealiseert ende geregistreert het welck hem dijen volgens in naeme vande voors. Gertruijt Gielen is verleent naer deser bancken recht salvo etc. en is in hoeden gekeert op dato voors. /onderstont/ quod attestor waeren geteeckent Matthijs Hautvast Lenart Limpens W. Canisius secretaris |
Bron: Landen van OverMaaze 1756 198r 198v 199r 199v
| |
| 9 | [LvO 1756 198r] Compareerde op Heden Den 6 7br [september] 1706 voor ons onders not[ari]s openbaer binnen Maestricht residerende en de geloofweerdige getuijgen naergenoemt Sr Servaes Vroemen inwoonder der Heerl. Nutth in eestoel met d'eerb. Maria Spiertz en bekande deughdelijcken opgenomen en reelijcken tot sijnen vollen genoegen ontfangen te hebben deur en uijt handen van d'eerb. Gertruijdt Gielen borgersse deser stadt eene alinge somme van vierhondert gulden bbts deser stadt cours van welcke somme van vierhondert guld. hij comp[aran]t belooft aen voors. gertruijdt gielen haere erfgen. ofte representanten jaerlijcx interesse te betalen tegens den penninck twintich dato deses cours nemende ende soo vervolgens te continueren totte volle redemptie toe die ten allen tijden sal meugen geschieden met gelijcke somme ende interesse daerbij naer rate van tijde obligerende hij comp[aran]t tot verseeckeringe der voors. hooftsomme van vierhondert guld. mette eventuele interessen van dijen ende oncosten daaromme te doen specialijck een stuck ackerlandts aanhalende een half boender |
Bron: Landen van OverMaaze 1756 198r 198v 199r 199v
| |
| 10 | [LvO 1758 138v] Voorlopige transcriptie Fred Vroomen 26 januari 2006 Op Heden Den 27 junij 1740 overmits ons corneli Schouth gorissen en Hautvast Schepenen der Heerlijckheijt Nuth et in Servio ibidem compareerde D'hr. Johan Baptista Dreesens Rentm. van 't clooster Der Witte Vrouwen tot Maestricht legde needer desen acte notariaal, versoeckende den selven in alle puncten en clausulen van ons te worden vernieuwt, geapprobeert ende gerealiseert, hetwelcke aan den Comp.nt mits desen is worden vergunt, ende is den selven naer onseren Bancken Recht in hoeden van Rechten gekeert jure actem cujuslibet salvo per oirconde /: was geteeckent J. Corneli Schouth g. gorissen M: Hautvast JB Meijs secris volgt D'acte De verbo de verbim op Heden Den 18 junij 1740 compareerde voor mij onderget. openbaere notaris binnen de Stadt Maestricht resederende in presentio der gelooffw. getuijgen naergenoemt Den Eers. Servaes Vroemen gewoonder tot grijssegrubben onder de heerelijckheijt Nuth lande van Spaensch Valkenborgh, weduwenaer van wijlen Maria Speerts in voorhem selve als van Dat Specivlijck geconstitueerde van sijne gesaementlijcke kinderen volgent constitutie van den 19 meij laestleden inde hiernae |
Bron: Landen van Overmaaze 1758 138v
| |
| 11 | LvO 1755 128v [Transcriptie, H. Luijten 25 jan 2006] recht met parate executie ofte anderssints, verclaerende die voorss hipotheque te wesen los ende vrije ende onbeswaert spreeckende oversulcx voor goede gichte ende alle calangien Aldus gedaen op dach dato als boven ende is alsoo bij ons schepenen voorss inhoeden van den recht gekeert ende ter waerer oirconde onderteeckent bij den voorss comparant ende sche- penen voorss was onderteckent Jan Nuchelmans Baltus Ceulen Henricus Schepers Vaes Haemers |
Bron: Landen van OverMaaze 1755 127v 128r 128v
| |
| 12 | [LvO 1755 128r]
[Transcriptie: H. Luijten, 25 januari 2006] die welcke ten allen tijden sal moeghen doen ende geschieden midts restitutie be- neffens die capitale penninghen die rente naer date des tijts ende sulcx ten tijde van drij maenden te bevorens aen- seggende stellende ende hipothijseren- de tot verseeckeringhe soo der capita le penninghen als die verloopen van dijen voor speciale hijpothecq ende onderpant huijs ende hoff gelegen binnen Grijsen- grubben resoert deser voorss heerlicheijt groot omtrent eenen morgen regenoet ter eenre Servaes Lijmpens ter andere sijden Ercken Slangen, een voorhooft de gemeijne straet aldaer, item noch een bonder ackerlants gelegen aen den hoevel regenoet ter eenre Lenardt naegels, ter ander sijden Jan peters een voorhooft den wijnwech item noch omtrent een bonder ackerlants rege- noet ter eenre Anna nijs, ter andere sijden de weduwe van wijlen thonis Crousen een voorhooft de voorss wijenwech gelegen op de waterkoul alles resoert deser voors heerlicheijt ende voorts generalijck alle sijne goederen hebbende ende vercrijgende om in cas van quade betaelinghe die voors Joffr Catharina ofte derselver [recht] hebbende haer op de voorseijde panden soo capitael als 't verlopene sal moegen herhaelen bij forme van |
Bron: Landen van OverMaaze 1755 127v 128r 128v
| |
| 13 | LvO 1755 127v [Transcriptie: H. Luijten, 25 januari 2006] Op huijden den 19en aprilis 1652 ten over- staen van ons jan nuchelmans, baltus ceulen ende henrick schepers schepenen der heerlicheijt nutt is in eijgener persoone erschenen ende gecompareert den eersaemen servaes hamers in sijnen alingen estoel sittende met jenne crousen sijne wettighe huijsvrouwe ende heeft die voors. comparant bekandt soo ende gelijck hij is bekennende midts bij desen wel ende deugdelijck ontfangen te hebben vuijt handen juffrouwe catha- rina drijveners weduwe van wijlen den erentfesten anthonius cornelii van der steen die somme van vier hondert guldens bb maestrichter weringhe wesende goet van alloije ende goude ende swaer van gewichte beloovende van dese ofte derselver rechte weerde aen de voors. joffe. catharina te betaelen den behoorlijcken jaerlixen intrest tegens den penninck sestien loos ende vrij van dato aff totter affloesinghe toe |
Bron: Landen van OverMaaze 1755 127v 128r 128v
| |
| 14 | LvO 1756 164r [lvo 1756 164r] acceptant belooft t'appliceren aen capitaele schulden geaffecteert op de geheele goederen onder verbant van sijne andere goederen ende obligatie als naer rechten gewoonlijck, des heeft de voors: Judith ende Jan haemers aen hunnen broeder geremitteert om redenen jeder een vijff en twintigh gulden, ende vermits het geene voors: voor ons alsoo is gepasseert soo hebben de voors: transportanten t'samender- handt ende elck van hun int besonder geconsenteert in de realisatie deses voor richter competent met desen reserve dat hij Willem Haemers vande uijtte gevene penningen sal doen blijcken, vorders is conditie dat alles wat tegenwoordigh in het voors: huijs ofte bouwagie is, daerinne sal blijven, ende dien volgens is den voors: Willem Haemers jenne Trijpels sijne huijsvr[ouw]e ende hunder beijder rechtelijfserfven, in het voors: huijs, weijde ende coolhoff gegicht, gegoijt ende geerft naer desen bancken recht salvo jure cujuslibet, ende is in hoeden vanden recht gekeert op dato voors: in teecken van 't gheene voors: is, soo heeft de voors. Judith Haemers, Jan Haemers, ende paulus Meijs dese beneffens ons justiciers eijgenhandigh onderteeckent op dato ut supra /: was geteeckent :/ Judith Haemers, merck van Jan X Haemers, Merkck van X Paulus Meijs, Jacob Meijs, frans crijns, W Canisius scris |
Bron: Landen van OverMaaze 1756 163r 163v 164r
| |
| 15 | LvO 1756 163v [lvo 1756 163v] respectiven vader zlr onder expresse renuntiatie van in toecoemende geene de minste actie te sullen pretenderen raeckende de sevenhondert gulden ende voorgestreckte penningen houdende de voorn. Compar[an]ten beneffens hunne resp. sustere hun overal geconsenteert ende consenteren de resp. comparanten in de noodige realisatie deser voor richters compentent ende dijen volghens is de voors: Judith Haemers haere erfven. ofte naecome- lingen inde voors: parcelen van erfve gegicht, gegoit ende geerft naer desen bancken recht salvo jure cujuslibet ende is in hoeden van recht gekeert op dato ut supra: Aldus gestipuleert eodem die ende hebben de saementlijke comparanten dese beneffens ons justiciers eijgenhandigh onderteeckent ende gehandtmaerckt /: was geteeckent/ Wilm haemers, merck van X Jan Haemers, Merck van X Paulus Meijs, Jacob Meijs frans Crijns W. Canisius Scris [lvo 1756 163v onder] Op heden den 18 Augusti 1701 soo sijn voor ons Jacob Meijs frans Crijns ende W Canisius respe. Schepenen en Scris der heerlichheijt Nutth gecompareert de Erfgenaemen van wijlen Servaes Haemers als naementl. Judith, Willem, Jan Haemers ende Paulus Meijs in houwelijck met Catharina Haemers, welcke voors. Judith Haemers, Jan haemers ende paulus Meijs, t' saemenderhandt ende elck in solidum hebben verclaert op ende over te draeghen aen hunnen respectiven broedere Willem Haemers het huijs hun vieren naerge- laeten bij hunnen vaeder zlr met de weijde ende aenclevende bouwagie, boven noch een moeshofken groot omtrent 14 en een half cleen roede reigt. een sijde paulus Goossens d'ander Jan Limpens voor eene gelijcke somme van duijsent guldens Maest.cours, die den voors. Willem Haemers present ende |
Bron: Landen van OverMaaze 1756 163r 163v 164r
| |
| 16 | LvO 1756 163r [Voorlopige Transcripitie: H.F. Vroomen 21 januari 2006 Definitieve Transcriptie: H. Luijten 22 januari 2006] Voor ons jacob meijs frans crijns ende w canisius resp[ectiv]e Schepenen en Secretaris der Heerlichheijdt Nutth op heden 18 Augusti 1701 comparerde den eersaemen willem Hamers, jan Hamers ende paulus Meijs in houwelijk met d'eerbaere Catharina Hamers alle drij respective erfgen: van wijlen Servaes Haemers zlr. de welcke t'saemender handt, ende elck van hun in besonder hebben verclaert, gelijck sij crachte deeses sijn doende, hoe dat sij t'saementl. comparanten schuldigh ende ten achteren waeren gebleven eene somme van sevenhondert gulden aen hunnen respectiven sustere ende schoonsustere Judith Haemers in ehestoel met Sr. Wilhelmus Gruijters tot Stockhem, willende dan voldoen aen hunne voorn. suster, hebben over de voorn. penningen op naervolgende forme getracteert, naemenlijck dat der voors: comparanten Sustere voor uijt sal trecken uijt de naergelaetene patrimoniale goederen van hunne resp. ouders zlr,, eerstlijck eene weijde groott eenen morgen gelegen in den Dorpe van Grijsegrubben, reigt. een sijde en een hooft peter Cremers, d'ander melser Drummen, vuijtschietende op de Dorpstraet, item alnoch eenen Coolhoff boven de voors. weijde reigt een sijde den voetpatt d'ander d'erfgenaemen Vaes Limpens, item omtrent de drij morgen ackerlandts aende watercuijll reigt een sijde vaes vroemen, d'ander ende een hooft matthis Hautvast uijtschietende op de wijnwegh, item omtrent vier ad vijff en sestigh roeden lands ter beijder sijden Matthis Hautvast een Hooft Paulus Goossens, d'ander d'erfgen: Servaes Haemers voors. met alle welcke voors. goederen de voornoemde Judith Haemers haer ten vollen houdt gecontenteert soo wegens de seven hondert guldens, als voorgestreckte penningen, uijtwijsens het manuaelboeck van hunnen |
Bron: Landen van OverMaaze 1756 163r 163v 164r
| |
| 17 | LvO 1755 267v | ||
| 18 | LvO 1755 268r | ||
| 19 | LvO 1757 89 | ||
| 20 | LvO 1757 90 | ||
| 21 | LvO 1756 41r | ||
| 22 | LvO 1757 70 71 | ||
| 23 | LvO 1756 40v | ||
| 24 | LvO 1755 114r [RAL-LvO 114r] ende in behoeff van den weledelen ende gestrenge heere Steffen van Eijnatten heere tot Nutt voorss. ende sijne rechten erven, die welcke daermede is beleent ende daerinne gegicht ende gegoijt naer onser bancken recht ende costuijme salvo jure cuiuscumq. ende verclaeren partijen vercooper ende cooper ijder cleen roede des voorss. bempts gegolden te sijn om ende voor eenen gulden maestrichter cours, godtsheller eenen halven schillinck lijcoop naer lanscostuijme ende bedanckt sich de vercooper wegen der cooppenningen goeder ende voller betaelinghe caverende altijt voor eene goede gichte aldus gedaen die quo supra |
Bron: Landen van OverMaaze 1755 113v 114r
| |
| 25 | RAL-LvO 1755 148v [Transcriptie: H. Luijten, 11 februari 2006] Den 30 septembris 1653 overmits ons Baltus Ceulen ende Henrick Schepers schepenen der heerlicheijt Nutth comparerende Jan Hamers in sijnen alingen estoel sittende met Eurm Huntgens sijne wettighe huijsvrouwe ende heeft wettich coopshalven in s'rechts handen opgedraegen ende getransporteert seecker halff bonder bempts oft wes sich bij maete sal bevinden en gelegen tot Nirhoven onder Nutth voors., regenoot ter eenre den heere van Nutth voors., ter andere sijden Vaes Huntgens, een voorhooft de latte weijde , d'ander voorhooft den heere van Nutth voors., wesende loos ende vrij ende dit tot oirbaer ende in behoeff van Vaes Huntgens Meijcken Hamers sijnder huijsvrouwe ende hunder beijder rechte erven, die welcke daerinne is gegicht ende gegoijt naer onser bancken recht salvo jure cuiuscumq. ende |
Bron: Landen van OverMaaze 1755 148v 149r
|